Steeds vaker voel ik mij ongemakkelijk in situaties waarin ik mij bewust ben van het feit dat ik het makkelijker heb dan mijn medemens. Dit komt voort uit een sterk rechtvaardigheidsgevoel dat ik al mijn hele leven heb. We zijn allemaal gelijk, maar dat is helemaal niet zo.
Afgelopen maandag, windkracht 10 (althans, zo voelde het voor mij), fietste ik ’s ochtends vroeg over het jaagpad naar mijn werk in Vlissingen. Het kanaal leek wel de Noordzee, zo hoog waren de golven. En ik had volle bak wind tegen. Zelfs in mijn lichtste versnelling kwam ik stapvoets vooruit, snot voor mijn ogen. Mijn eerste tegenligger hoefde haar trapper maar aan te raken en schoot vooruit. Ze lachte lief naar mij, een lachje van ongemak. Mijn tweede tegenligger, een man, gaf mij een bemoedigend knikje, eentje van ‘kom op, je kunt het!’ En ik trapte stug door. Eenmaal op mijn werk had ik een gevoel van overwinning. Ik had het gered! Ik voelde mij fit, uitgewaaid en vol energie om mijn dag te starten. Trots vertelde ik mijn collega dat ik in één keer voor de hele week voldoende gesport had.
De dag ervoor was ik in het zwembad, samen met mijn dochters (4 en 6 jaar). Sinds kort mogen kindjes onder de 7 jaar gratis familiezwemmen op zondagochtend. Een geweldig initiatief om meer gezinnen samen te laten zwemmen en lekker te laten bewegen. Na twee uurtjes duiken en zwemmen was het lunchtijd, en kregen de zwembadbezoekers honger. Ik haalde de gesmeerde boterhammen, bakjes gesneden fruit en doppers gevuld met drinken tevoorschijn. De meeste medebezoekers kozen ervoor om hun lunch af te halen bij de restauratie: friet met frisdrank. Tot mijn verbazing zag ik later ook op de menukaart dat er geen/nauwelijks gezonde keus was. Ik keek ernaar en voelde weer dat ongemak.
Waarom kies ik voor fruit en boterhammen? En waarom kiezen zij voor friet en sinas? Precies om dezelfde reden: omdat we zo zijn opgevoed. Mijn ouders namen altijd lunch mee naar uitjes. Iets kopen in het restaurant van het uitje was uit den boze. Chips als tussendoortje? Alleen op zaterdagavond, en dan nog uit een koffiefilterzakje. Friet als lunch? Hooguit een kadetje, anders gewoon een boterham. En drinken? Dat namen we van thuis mee. Prik was alleen in het weekend toegestaan. Dat heb ik overgenomen; zo voed ik nu ook mijn eigen kinderen op. Destijds was ik het als kind niet altijd eens met die regels, maar nu als ouder zie ik het belang van deze keuzes en doe ik hetzelfde.
En mijn medebezoeker? Waarschijnlijk kregen zij als kind juist tijdens de uitjes chips, frietjes, een lekkere Twix en een blikje Fanta. En dat is de reden dat ze dit nu weer doen. Het is eigen geworden, een gewoonte, de norm.
Maar hoe doorbreken we dit? Onderzoek laat zien dat je gedrag regelmatig moet herhalen in een vaste context, idealiter dagelijks, om het eigen te maken. Gemiddeld zijn 21 tot 66 dagen van consistente herhaling nodig om een nieuwe gewoonte te vormen.
Overheid, jullie zijn aan zet! Nee, het is geen betutteling als we sportkantines en restauraties bij gezinsuitjes laten kiezen voor een gezond aanbod. Laten we de norm veranderen: een menukaart ontwikkelen met gezonde producten om gezonde keuzes toegankelijk en aantrekkelijk te maken. Zodat het voor ieder kind, ongeacht de opvoeding thuis, normaal is dat je bij sportuitjes of in schoolkantines enkel gezonde keuzes kunt maken.
En voel je geen wind? Ga dan niet roepen dat de overheid te betuttelend is en dat je zelf wel wilt bepalen wat je eet en drinkt. Maar knik bemoedigend naar je tegenligger met wind tegen. Of geef een lachje om je ongemak te erkennen. Jij hebt de wind mee! Laten we zorgen dat iedereen, met of zonder wind tegen, vooruit kan komen.
“We zijn allemaal gelijk, maar dat is helemaal niet zo.”



Geef een reactie