Tijdens de tweede Baobab Kring stond een vraag centraal die veel groter bleek dan het Van Epenpark alleen: hoe creëren we samen plekken waar het vanzelfsprekend is om onze smartphone los te laten, zodat er meer ruimte ontstaat voor ontmoeting, spel en aandacht voor elkaar?
De aanleiding was heel concreet. Sinds we het beheer van het Van Epenpark op ons namen, zagen we iets wat waarschijnlijk iedereen herkent. Kinderen speelden, terwijl ouders op een picknickbank verdiept waren in hun scherm. Mensen zaten naast elkaar, maar waren ergens anders. Een plek die bedoeld is voor ontmoeting, leek soms juist de plek waar we elkaar kwijtraakten.
Die ervaring bleek niet uniek.
Enkele weken eerder kwamen ruim vijftig ouders uit Zeeland bijeen tijdens een avond over smartphonevrij opgroeien. Ook daar leefde dezelfde vraag: wat kunnen wij, als bezorgde ouders, zélf doen? Niet morgen. Niet als de overheid iets besluit. Maar vandaag.
Die vraag namen we mee de Baobab Kring in.
Twintig stoelen vulden zich met ouders, professionals uit onderwijs en zorg, mensen uit de bibliotheek, preventiewerkers en betrokken inwoners. Twintig verschillende perspectieven, maar opvallend genoeg één gedeeld gevoel: niemand vindt dit gemakkelijk.
De avond begon daarom niet met oplossingen, maar met een blik naar onszelf. Hoeveel tijd brengen wij eigenlijk op onze telefoon door? Gemiddeld bleek dat zo’n drieënhalf uur per dag te zijn. Vrijwel iedereen zei liever iets anders te doen. Een boek lezen. Sporten. Afspreken met vrienden. Toch grijpen we telkens weer naar dat scherm. Voor werk, om iets op te zoeken, om te scrollen of simpelweg uit gewoonte.
Dat besef werkte ontwapenend. Niet zij tegenover wij. Niet ouders tegenover kinderen. Gewoon mensen.
Vanuit die openheid ontstond een rijk gesprek.
Er werden ervaringen gedeeld van mensen die bewust kiezen voor een smartphonevrije vakantie of thuis duidelijke afspraken maken. Een jeugdarts vertelde over de verslavende werking van sociale media en hoe onze omgeving voortdurend uitnodigt om schermen te gebruiken. Een kind dat zich verveelt in een restaurant krijgt al snel een filmpje. Niet omdat ouders dat graag willen, maar omdat de wereld daar misschien ongemerkt om vraagt.
Vanuit de zorg werd herkend hoe ingewikkeld ouders dit vinden. Niet omdat ze onverschillig zijn, maar juist omdat ze zich verantwoordelijk voelen én de sociale druk ervaren. Vanuit het onderwijs werd verteld dat gesprekken over schermgebruik vroeger vanzelfsprekend waren, terwijl ouders tegenwoordig juist actief zoeken naar scholen die bewust met schermen omgaan.
Opvallend was dat vrijwel iedereen dezelfde kant op keek. Niet in de zin dat er één oplossing is, maar wel in de overtuiging dat bewustwording belangrijker is dan schuld. Dat regels alleen werken als volwassenen zelf het goede voorbeeld geven. En dat een alternatief bieden vaak krachtiger is dan iets verbieden.
De vraag verschoof daardoor langzaam van hoe krijgen we mensen van hun telefoon af? naar hoe veranderen we de norm?
Juist daar ontstonden de mooiste ideeën.
Een mandje op tafel wanneer vrienden komen eten, zodat telefoons even uit beeld verdwijnen. Andere ouders op het schoolplein uitnodigen om dezelfde afspraak te maken. In de bibliotheek het gesprek blijven voeren. Scholen ondersteunen met kennis en ouderavonden. Beweegactiviteiten aanbieden zodat kinderen vanzelf buiten gaan spelen. Politiek aandacht vragen voor smartphonevrije omgevingen. Geen grootse campagnes, maar kleine stappen die samen een nieuwe norm kunnen vormen.
Misschien was dat wel de belangrijkste opbrengst van de avond.
De vraag waarmee we begonnen was: hoe veranderen we de norm op plekken die juist bedoeld zijn om mensen bij elkaar te brengen?
Het antwoord bleek verrassend eenvoudig én uitdagend tegelijk.
Een nieuwe norm ontstaat niet doordat iemand regels oplegt. Ze ontstaat wanneer mensen elkaar uitnodigen om iets anders te doen én wanneer de mensen die een plek beheren, lesgeven, zorg verlenen of beleid maken de verantwoordelijkheid nemen om die nieuwe norm mogelijk te maken.
Niet door mensen te vertellen wat ze moeten doen, maar door de omgeving zo in te richten dat ontmoeting vanzelfsprekender wordt dan afleiding.
Een smartphonehotel in het Van Epenpark. Een ouder die op het schoolplein een andere ouder vraagt mee te doen. Een bibliotheek die het gesprek blijft organiseren. Een school die ouders uitnodigt om samen afspraken te maken. Een jeugdarts die het onderwerp bespreekbaar maakt. Een professional die niet afwacht, maar begint.
Zo ontstaat een beweging.
Bijna niemand zet uit zichzelf de eerste stap. Maar zodra iemand het vraagt, volgen anderen verrassend vaak. Verandering begint dus niet bij de massa. Ze begint bij een paar mensen die verantwoordelijkheid nemen en anderen uitnodigen hetzelfde te doen.
Misschien waren we daarom op 23 juni niet alleen met twintig mensen in gesprek. Misschien zaten we met twintig mensen aan het begin van een beweging die ruimte wil maken voor waar we eigenlijk allemaal naar verlangen.
Want toen we de avond begonnen en elkaar vroegen: “Wat zou je doen als die drieënhalf uur schermtijd ineens vrijkwam?” noemde bijna niemand méér scherm. We noemden boeken lezen, sporten, buiten zijn, vrienden ontmoeten en tijd doorbrengen met onze kinderen.
Misschien is dát wel de nieuwe norm waar we samen aan bouwen. Niet een samenleving met minder smartphones.
Maar een Middelburg met meer aandacht, meer ontmoeting en meer tijd voor wat er werkelijk toe doet.
Jorien Mesu

Geef een reactie