MCvisie of MCcrisis?

Een jaar geleden ongeveer is de beslissing genomen. En eerlijk gezegd had ik het een beetje verdrongen.
Tot vanmorgen.

Ik reed met de auto naar de HZ en kwam er langs: “Hier wordt gebouwd aan McDonald’s Vlissingen!”
Het stond er echt.
En ineens borrelde alles weer op.

Er wordt gebouwd aan de Kenniswerf Vlissingen: dé hotspot voor innovatie. Een plek waar ondernemers, studenten en start-ups samenkomen. Een gebied met een ontwikkelvisie en de ambitie om in 2040 een internationale campus te zijn, waar leren, ondernemen, onderzoek én wonen samenkomen.
En daar… kan een McDonald’s blijkbaar niet ontbreken?

Ik kreeg een soort error in mijn hoofd. Hoe past dit binnen die visie?

Diezelfde ochtend ging ik met een groep studenten aan de slag rond interprofessioneel samenwerken. We spraken over het belang van elkaars perspectief zien, over hoe je alleen vanuit gezamenlijkheid tot echte oplossingen komt.
’s Middags sprak ik een bevlogen collega die zich met hart en ziel inzet voor de opleiding Food, Business & Innovation. Studenten die zich verdiepen in duurzame voedselconcepten. Gezondheid, duurzaamheid en beleving staan centraal.
Ze werkt daarnaast ook voor het Delta Climate Centre, met focus op innovatie binnen duurzame voedselketens. Studenten doen onderzoek naar nieuwe teelten, smaakontwikkeling, aquatische landbouw en de effecten van voeding op onze gezondheid.

Vanuit dat perspectief, en eerlijk gezegd ook gewoon als mens, kan ik weinig argumenten bedenken voor een fastfoodketen op de Kenniswerf.

En zowel HZ als Scalda hebben de Sustainable Development Goals (SDG’s) omarmd en zetten zich actief in voor een duurzame samenleving. Niet alleen op het gebied van klimaat, maar ook als het gaat om gezondheid, gelijke kansen, armoedebestrijding en welzijn. Deze doelen vormen een kompas – in het onderwijs, in onderzoek en in hoe beide instellingen hun rol in de maatschappij willen vervullen.

Hoe past een McDonald’s daar eigenlijk tussen?

Er zijn natuurlijk meer perspectieven – en ik hoor mezelf nog zo voor de klas zeggen hoe belangrijk het is om die te begrijpen. Om ze echt te zien, en serieus te nemen. Juist wanneer ze schuren met je eigen overtuiging.

De gemeente wil bedrijventerreinen efficiënt benutten. Er zijn economische motieven: winst, werkgelegenheid, inkomsten via belastingen en grondexploitatie. En ja, het is aannemelijk dat zo’n onderneming goed zal draaien. Zeker op een plek waar straks honderden jongeren studeren, wonen, samenkomen.

Maar… hoever moet een gemeente gaan in het reguleren van wat mensen eten?
Wat is de balans tussen ondernemingsvrijheid en volksgezondheid?

Op de website van de gemeente Vlissingen lees ik over hun gezondheidsbeleid. Preventie en voorlichting spelen daarin een sleutelrol. De gemeente wil gezond gedrag stimuleren door campagnes, door een gezonde leefomgeving te creëren, meer groen, meer sportinfrastructuur. Ze benadrukken het belang van eigen verantwoordelijkheid, maar ook van samenwerking.
En dan is er nog de Wet publieke gezondheid. Gemeenten worden daarin opgeroepen gezondheid te bevorderen en kwetsbare groepen, met name jongeren te beschermen.
Daarin past toch niet het actief faciliteren van een verleidingsplek voor vet, zout en suiker?

Ik hoor mezelf nog in de les zeggen: “Wil je samen tot een oplossing komen, dan heb je gezamenlijke doelen nodig.”
Die gezamenlijke doelen zijn er: de visie van de Kenniswerf, de beleidsplannen van HZ, Scalda, de gemeente. Allemaal publiek beschikbaar, allemaal met mooie woorden over gezondheid, duurzaamheid, innovatie, welzijn.
En allemaal vanuit het idee van gedeelde verantwoordelijkheid.

It takes a village to raise a child, zeggen ze.
En opvoeden stopt niet bij je achttiende.
Het puberbrein ontwikkelt zich tot ver na het 23e levensjaar. Juist die jongeren,  in een kwetsbare, ontvankelijke levensfase, hebben die ‘village’ nodig.
Zie je het voor je? Onze studenten, met hun heerlijke puberbreinen, op weg naar onderwijs waar ze leren over duurzame landbouw, gezonde voeding, innovatie…
En zodra ze naar buiten stappen, de geur van hamburgers en friet tegemoet.
Verleiding op iedere hoek.
Een brein dat sneller en sterker reageert op vet, zout, suiker, status. Terwijl het deel dat afweegt en vooruitkijkt, de prefrontale cortex, nog niet volledig ontwikkeld is.

En soms voelt het alsof ook de gemeente een beetje puberbrein heeft.
Sterk gericht op korte termijn winst, economische impulsen, zichtbare resultaten.
Het lange termijn denken, gezondheid, welzijn, sociale cohesie, lijkt te vaak achterwege te blijven.
Het beloningssysteem draait op volle toeren. Maar wie stelt de vragen over de gevolgen over tien, twintig jaar?

Wie voedt wie eigenlijk op?

De vraag is niet of jongeren zelf verantwoordelijk zijn voor hun keuzes. De vraag is: hoe ziet de omgeving eruit waarin ze die keuzes maken?

Want it takes a village to raise a child  en die verantwoordelijkheid stopt niet. Niet voor jongeren. Niet voor overheden. Niet voor ons.
We blijven elkaar nodig. Voor reflectie. Voor bewustzijn. Voor het grotere geheel.

Misschien is dat precies wat we op een Kenniswerf zouden moeten oefenen.
Niet méér verleiding bouwen.
Maar samen kiezen.

Voor gezondheid.
Voor verbinding.
Voor toekomst.

“De vraag is niet of jongeren zelf verantwoordelijk zijn voor hun keuzes. De vraag is: hoe ziet de omgeving eruit waarin ze die keuzes maken?”


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website is gemaakt door Mijndomein